Mamaliefde, zou het niet willen missen

FacebooktwitterpinterestFacebooktwitterpinterest

zou het niet willen missen mamaliefde schat mama

 

Door Betty Boztay-Meeuwesen

Als je jonge kinderen hebt, is dit vast heel herkenbaar. Aan het einde van een lange dag zit je naast je partner op de bank. De tafel is afgeruimd, je hebt schoongemaakt, je zoon van de gang gehaald. Daar mocht hij namelijk wel zo hard gillen als hij wilde. Inmiddels is hij uitgegild. De afwas is gedaan, een ruzietje tussen je kinderen opgelost, het speelgoed is opgeruimd, de kinderen hebben hun melk op en een filmpje gekeken. Daarna nog heel flauw een van je kinderen opgepakt, omdat ze maar rondjes om de tafel bleven rennen. ‘En we gaan nog niet naar bed! Nog lange niet, nog lange niet…..’. ‘Nou, dat gaan we wel!’ Je hebt een boekje voorgelezen, de kinderen na een worsteling weer uit elkaar gehaald en eindelijk liggen ze in bed. De jongste sliep al snel, de oudste bleef nog maar doorkletsen. ‘O, nog één dingetje wil ik vertellen, mama!’. ‘Nou, dat is dan echt het allerallerlaatste. Het is alweer veel te laat, je moet er morgen weer op tijd uit.’

Pffff, ze slapen, eindelijk. Can en ik kijken elkaar aan……maar ze zijn wel lief, he?!

Zo gaat dat hier ook. Rafi is vaak al wakker als we op moeten staan. Cem ligt nog te slapen. Wanneer ik hem wakker kom maken, trekt hij zijn deken over zijn hoofd. ‘Ik wil niet opstaan, ik wil nog slapen!’ En hij draait zich weer om. Rafi gaat vrolijk mee naar beneden. Met enigszins tegenstribbelen kleed ik hem aan en kan hij nog een filmpje kijken. ‘Met een krentenbol, mama!’ Met Cem kost me dit heel veel meer moeite. Die moet ik boven nog gaan halen. Maar uiteindelijk zitten we allemaal aan tafel, met nog 10 minuten over om te eten.

 

Mama?, rijmt stroop-kroop?

‘Ja schat, dat rijmt’. Ondertussen ben ik druk bezig met het smeren van boterhammen. ‘En rijmt banaan-banaan?’. ‘Dat zijn twee dezelfde woorden. Die klinken helemaal hetzelfde. Hier heb je een boterham. Eet hem maar op’. ‘Mama? Rijmt banaan-stroop?’. ‘Nee schat, dat rijmt niet. Eet je boterham maar op.’ ‘O. Mama? Rijmt roost – kroost dan? En kaas – haas?’. ‘Ja, dat rijmt. Maar nu moet je echt gaan eten, hoor. We moeten zo gaan.’ ‘Ja, maar mama? Rijmt…..’. ‘Cem, eet je boterham nou maar op. Je moet zo naar de school’, onderbreekt papa hem. Terwijl Rafi 3 boterhammen opeet, heeft Cem er met moeite 1 opgegeten. Nog steeds bezig met het bedenken van rijmwoorden. En dus moeten we vandaag weer opschieten.

Terwijl Cem op school zit, heb ik natuurlijk nog een aantal huishoudelijke klusjes te doen, maar daarnaast ook lekker de tijd voor Rafi. Dat vindt hij heerlijk! Totdat het half 3 is. Dan mogen we Cem weer ophalen van school.

De bel is gegaan. We wachten tot de klas van Cem naar buiten komt. En net als zo vaak, is het ook vandaag weer afwachten waar Cem vandaan komt. Zijn klas is al naar buiten gekomen, maar waar is Cem gebleven? Net als zo vaak heeft hij mij al veel eerder gezien en kiest hij een ander route dan zijn klasgenootjes. Met zijn ogen dichtgeknepen tot spleetjes en een stiekeme glimlach op zijn gezicht komt hij vanuit een andere hoek op me af gelopen. Hij doet net of hij me niet ziet en ik speel het spelletje mee. Ik zak door mijn knieën, doe mijn ogen dicht en steek mijn handen uit. Cem loopt recht in mijn armen en geeft me een knuffel. Van hele korte duur, overigens. Daarna loopt hij snel door, want hij wil naar huis.

Thuis aangekomen gooit hij zijn jas op de grond en loopt door naar de speelhoek. Hij pakt zijn tekenspullen en gaat aan het kleine tafeltje zitten. Daar gaat hij ijverig aan het werk. Hij tekent vuurwerk, bloemen, de lente, papa en mama. Steeds gedetailleerder. Hij schrijft op; ‘papa’ of ‘mama’. ‘Mama? Hoe schrijf je juffrouw Eva?’. Ik schrijf het voor hem op zijn blaadje. Hij probeert het na te schrijven. Rafi tekent mee. ‘Willen jullie wat drinken?’, vraag ik. Rafi komt meteen aan tafel. Cem is nog druk bezig. Als hij klaar is met zijn tekening, vraag ik hem aan tafel te komen.

 

Maham, ik ben nog niet klaar. Ik moet mijn naam nog opschrijven

Als ik hem daarna vraag aan tafel te komen, heeft hij alweer een ander blaadje te pakken. ‘Even wachten, hoor. Ik moet nog iets voor papa tekenen.’ Zo heeft hij nog van alles in zijn hoofdje zitten dat hij nog moet tekenen of schrijven. En wat doe ik? Ik stoor hem daar alleen maar bij. Ik laat hem zijn gang gaan. Als hij klaar is, komt hij er vanzelf bij zitten.

Veel tijd heeft hij echter niet. Zijn drinken is nog maar net op of hij zit alweer op zijn stoel te wippen. ‘Gaan we naar buiten?’ Natuurlijk doen we dat. Hup, schoenen aan, jas aan en naar buiten. Buiten spelen vinden de jongens heerlijk. In het begin heb ik mijn aandacht erbij, maar na een tijdje gaan de jongens toch hun eigen gang. Ze zijn even bij de buren. Aan het kijken naar de mooie bloemen. Dat doen ze altijd als we erlangs lopen. Dan willen ze altijd weten hoe die bloemen heten en moet ik 10x hetzelfde lied zingen over de krokus, de tulp en de hyacint. En ik vertel ze ook altijd weer dat ze deze bloemen echt niet mogen plukken. Daar zijn ze veel te mooi voor. Ah, daar komen ze weer aangelopen. O nee, dat meen je niet! Trots komen ze naar me toegelopen, met hun handen vol met narcissen en hyacinten…….uit de tuin de buren. ‘Nee, jongens toch! Hoe vaak heb ik gezegd dat je die niet mag plukken?’ Ontzettend lief eigenlijk, maar hoe leg ik dit uit aan de buren? Of zal ik de bloemen maar binnen in een vaasje neerzetten? Stiekem doen alsof ik van niks weet? Samen met de jongens zijn we toch maar naar de buren gegaan. De buurman deed open. ‘Ach, jullie hebben onze bloemen geplukt? O jeetje. Nou, dat moeten jullie volgend jaar maar niet meer doen, hoor. Maar weet je, met een beetje geluk valt het de meiden nog niet eens op.’ Het schuldbewustzijn straalde van de jongens af. Nu maar hopen dat ze hiervan hebben geleerd.

 

Schat, niet met je eten spelen!

Tijd om eten te koken. We gaan naar binnen toe. Cem gaat meteen naar de speelhoek. Hij pakt alle stoeltjes en poppen en zet ze in een kring. Rafi moet er ook aan geloven. Hij moet ook in de kring. Cem is de juf en Rafi het hulpje. En ze doen alles wat juf Eva ook doet. ‘Jongens, het eten is klaar. Komen jullie aan tafel?’. ‘Nee’, zegt Cem, ‘ik moet nog een verhaaltje voorlezen’. ‘Maar het eten is klaar. Zo meteen wordt het koud. Kom maar aan tafel’. Nu moet ik toch echt even wachten. Pas als Cem het verhaaltje voor heeft gelezen, komen Cem en Rafi aan tafel. Papa komt even later ook thuis. En Cem begint weer met rijmen. Ondertussen speelt hij ook nog met zijn eten. ‘Kijk mama! De ‘S’ van ‘Samara’.’ ‘Schat, niet met je eten spelen!’. Maar aan de andere kant, zolang hij met zijn eten speelt, blijft hij op zijn stoel zitten.

Het avondritueel begint weer opnieuw, totdat de jongens eindelijk weer in bed liggen. Rafi slaapt en ik blijf nog even bij Cem. Hij zucht een keer diep en ligt met zijn ogen wijd open in bed. Wat zal hij nu denken?
‘Die ouders van mij, zeg. Steeds als ik druk bezig ben met leren, onderbreken ze me. Als ik aan het rijmen ben, als ik over de lente leer, als ik woordjes leer schrijven of mooie tekeningen voor ze aan het maken ben. En als ik samen met Rafi mooie bloemen pluk voor mama, is ze nog niet eens blij……

‘Mama, ik vind jou lief’. Hij vouwt zijn vingers tot een hartje. Ik doe hetzelfde. Dan blaast hij een kusje door zijn hartje. Ik blaas een kusje terug door mijn hartje. ‘Jij bent lief, mama.’ ‘Jij bent ook lief, schat. Slaap lekker’.

 
 Betty is leerkracht in het basisonderwijs, getrouwd met Can en mama van Cem en Rafi.

 

Meer blogs over kinderen en het moederschap vind je hier

 

 

FacebooktwitterpinterestFacebooktwitterpinterest

Leave a Reply